home  

Vrouw en Overgang

    

- concentratieverlies - verwardheid - vergeetachtigheid -
 

jaargang 4 - nieuwsbrief nr. 37 - september
2005

Watten in je hoofd tijdens de overgang

Je hoort vrouwen tijdens de overgang vaak zeggen dat ze ‘warrig denken’ of ’een hoofd vol watten hebben’ of ‘van alles vergeten’ Je merkt dat je spullen niet meer terug kunt vinden, dat je namen of afspraken vergeet of dat wat je leest niet meer tot je doordringt.
Het voelt aan, alsof de logica-kant van de hersenen gaat slapen.

Dit ontstaat in een onderdeel van de hersenen dat het centraal zenuwstelsel heet. Het centraal zenuwstelsel is ook ontvankelijk voor oestrogeen en progesteron. De overgang is een periode waarin er een blijvende verandering optreedt bij deze hormonen. Onze hersenen passen zich aan. Je zou het een herinrichting kunnen noemen. 
Dit kan ervoor zorgen dat je vergeetachtig bent, verward denkt en last hebt van concentratieverlies.

Het is geen beginnende dementie. Bij dementie is er meer aan de hand, zoals het niet meer kunnen aanleren van nieuwe dingen als het omgaan met de computer of knutselen. Eerder opgeslagen informatie is niet meer op te diepen en het begrijpen en vinden van woorden is bij dementie problematisch. 

In de overgang ken je een woord wel maar je komt er gewoon even niet op. Informatie zit er nog wel, maar je hebt soms even tijd nodig om die tevoorschijn te halen. 

Als je gewend was alles onder controle te hebben, kan het beangstigend zijn als je opeens wordt geconfronteerd met concentratieverlies, verwardheid en vergeetachtigheid. 
Voor veel vrouwen is het een geruststelling als ze eenmaal weten dat het bij de overgang kan horen. Zij gaan er dan meer ontspannen mee om en gunnen zichzelf meer de tijd. 

Vrouwen vertellen:  

Lucy: Ik was vroeger net zo'n lopende agenda. Maar nu ik in de overgang zit lijkt het wel of ik aan dementie lijd. Ik vergeet constant dingen, ik doe soms ook  hele rare dingen. Weet vaak  niet op welke plek ik iets heb neergelegd.
 's Morgens weet ik ook niet meer wat ik de avond ervoor heb gedaan.
Soms heb ik wel eens dat mij iemand in gezelschap iets verteld, ik neem het waar, maar even later denk waar had dat mens nu over.  
Wie weet vraag ik binnenkort nog aan mijn eigen man wat hij in mijn huis komt doen.

Toosje: Het lijkt wel of de dingen  zomaar verdwijnen. Ik noem mijn huis wel eens de Bermuda Driehoek. Ik leg bijv. iets neer op mijn bureau en later is het écht weg! Dan doorzoek ik alles, zelfs de prullenbak en heel het bureau, maar het blijft zoek! Echt een ramp!

Lidie: Wat mij heel dikwijls overkomt is, dan ga ik naar de keuken om iets te halen. Als ik dan in de keuken ben weet ik het niet meer. Of ik zet  iets op het vuur, loop even naar een andere kamer en dan vergeet dan helemaal dat er iets op het vuur staat.

Atie: Het lijkt alsof er gaten in mijn hersenen vallen. Ik denk aan iets en een paar seconden later weet ik niet meer waar ik aan dacht. 
Ik heb ook steeds vaker de neiging om te struikelen en voel me  motorisch gestoord. Ik heb soms het gevoel dat ik aftakel. 

Dorie: Ik schaam me soms in gezelschap als ik echt van die fouten maak. En mijn kinderen zeggen: mama, jij herhaalt alles steeds, ben je dement of zo?  Ik kan vaak niet op hele gewone woorden komen. Bijvoorbeeld  aubergine, dan zie ik het plaatje in mijn hoofd, maar dan weet ik de naam ineens niet meer. Eerst dacht ik: ik zal toch geen afasie hebben?
Soms zie ik mensen heel maf kijken als ik weer niet op woorden of namen kan komen. Raar hè?

Wil je de nieuwsbrief voortaan automatisch op je emailadres ontvangen klik dan Aanmelden om je aan te melden
Eerdere nieuwsbrieven vind je terug in het Nieuwsarchief

De Overgang 

Froukje is 47 jaar en in de postmenopauze. 
Zij schrijft over haar vergeetachtigheid en hoe dat invloed had op haar en werk en gezin..
Was ze dement of was het toch gewoon de overgang?

“De juffrouw vroeg waarom je er gisteren wéér niet was,” mopperde mijn zoon toen hij thuiskwam uit school.
 Het was voor de tweede achtereenvolgende keer dat ik deze rapportbespreking vergat. 
Onlangs vergat ik ook al een spoedafspraak met de tandarts die 's ochtends nog had gemaakt. Tien minuten na de afgesproken tijd ging de telefoon: “Het valt zeker wel mee met die kiespijn van u, we zitten al zeker tien minuten op u te wachten….” 

Wat was er toch met me aan de hand? 
Waarom kon ik zoveel dingen niet meer onthouden? 
Steeds vaker ging er wat mis, in mijn huishouden, met de kinderen en op mijn werk.
Ik merkte ook dat het me meer kracht ging vragen om ergens mijn aandacht bij te houden. Vaak wist ik niet meer wat ik de dag of het uur ervoor had gedaan. 
Autosleutels vond ik terug in de badkamer en mijn portemonnaie leek regelmatig met de noorderzon verdwenen.
Bij de groenteboer kon ik met de beste wil van de wereld niet op het woord ‘citroen’ komen. 
Ook namen van mensen die ik op straat tegenkwam wilden soms maar niet bij me opkomen. De krant lezen was ook al niet leuk meer. De inhoud van de berichten drong niet tot me door. Na tien keer lezen wist ik nog niet wat er stond..
Ik ging ook op mijn werk steeds meer fouten maken. Gekregen opdrachten vergat ik en telefoongesprekken kon ik vaak maar met moeite navertellen.
Ik  bedacht allerlei trucjes, plakte overal briefjes en deed vreselijk mijn best om alles wat ik niet meer in mijn hoofd op kon slaan, niet steeds te vergeten.
Het ontging mijn omgeving niet dat ik anders was dan ze van me gewend waren. 

De kinderen mopperden omdat ze zelf aan hun gymclub en pianoles moesten denken en door de brievenbus vielen voor het eerst aanmaningen mijn huis binnen en bleken rekeningen niet op tijd te zijn betaald. Ik werd er af en toe gek van.

Dan waren er ook nog de goedbedoelende mensen die me wilden helpen herinneren aan wat ik met ze had afgesproken.
Iets wat nauwelijks effect had, want vaak was zo’n melding al bij het neerleggen van de telefoon weer spoorloos verdwenen.

Mijn man, die nog wel eens de gewoonte had me geregeld te wijzen op eerder gedane uitspraken, hield gelukkig wijselijk zijn mond na een fikse ruzie waarbij ik heb geprobeerd duidelijk te maken dat ik zelf ook niet begreep wat er met me gebeurde.

Anderen die me betrapten op mijn vergeetachtigheid vroegen voor de grap wel eens of ik misschien dement aan het worden was. Voor de lieve vrede lachtte ik dan met ze mee, maar eigenlijk was het voor mij al lang geen grap meer. 
Ik ging steeds meer aan mezelf twijfelen en begon serieus bang te worden dat ik misschien toch te maken had met een begin van dementie. 
Een andere keer dacht ik misschien overspannen te zijn. 
En toen ik op internet een keer zo’n burn-out test invulde gaf de uitslag aan dat ik een aardig eind op weg zou zijn opgebrand te raken. 
Er ontstond danig wat verwarring in mezelf en voor mijn gevoel werd de chaos met de dag alleen maar groter. Mijn hemel, wat werd ik hier moe van.

Tot dan toe had alles in mijn leven als heel vanzelfsprekend gevoeld. Ik had een leuk gezin, een fijne baan, een goed huis, prettige hobby’s en genoeg aardige mensen om me heen. 
Waar was toch de tijd dat ik twee, drie dingen tegelijk kon doen? Waar was de tijd dat ik ’s ochtends als vanzelfsprekend de planning van de dag uit mijn mouw schudde?
Waar was toch de vrouw die altijd gewend was aan te pakken en zonodig met het grootste gemak wist te improviseren? 

Zeker was het me bekend dat verwardheid, vergeetachtigheid en concentratieverlies, verschijnselen waren die bij de overgang hoorden. 
Dat het je echter zó verward kon maken en zó volkomen uit balans kon brengen daar had ik nooit bij stilgestaan. Dat kwam voor mij als een volslagen verrassing. 
Waarom had nooit iemand me daarover geïnformeerd?