|
|
Vrouwen vertellen:  Tineke: Ik heb vanaf mijn 15de heel hard
gewerkt. Nu ben ik 47 en sinds 3 jaar werk ik niet meer, omdat ik gewoon niet meer kan. Ik heb 3 kinderen
de oudste 24 is een probleemgeval.
Vorig jaar ben ik gescheiden. Alles zuigt zoveel energie. Ik slaap heel
veel en toch ben ik heel erg moe. Opgebrand door
het moeilijke leven en het onbegrip dat erbij kwam toen de overgang al mijn
gevoelens versterkte. Ik heb angst voor de toekomst, zit financieel helemaal aan de grond.
Ik krijg geen huursubsidie omdat mijn oudste zoon thuis woont, en de huur is 500 euro, alleen de huur, de rest komt er dan nog bij, dus eten is er soms niet. Nou ja, zo is er nog een hele waslijst van
ellende... Als dank dat ik altijd zo hard gewerkt heb en voor iedereen in de
weer was, laat de maatschappij me nu in de steek.
Carla: Bij mij ging het de laatste 2 jaren dat ik werkte niet meer van een leien dakje. Ik was helemaal op. Ik had allerlei overgangsklachten (angsten,
lich. klachten, hyperventilatie, hartoverslagen, transpireren, hoofdpijnen en duizeligheid). Ik werd
herhaaldelijk naar huis gebracht omdat ik niet meer kon. Heb toen een gesprek
gevraagd met mijn baas en het hem
uitgelegd (van de hormonen en de overgang). Vanaf toen ben ik daar weggepest.
Het eindigde ermee dat de directie me vertelde dat er een ander op mijn plek ging werken
(fulltime).
Ik ben toen echt in elkaar geklapt en kwam in de ziektewet. Steeds als ik
contact met mijn werkgever had, werd me gewoon verteld dat ze het maar
aanstellerij vonden. Winny: Van de week las ik dat bij de Kelten een vrouw in en na de overgang werd beschouwd als een wijze vrouw, een
Crone. Dit spookt dus nu steeds door mijn hoofd.
Ik vraag me af in hoeverre onze klachten samenhangen met de complexe hedendaagse samenleving. Aan alle kanten wordt ons verteld dat we jong moeten blijven, energiek enz. enz. Je moet je altijd "gelukkig en
stralend"voelen en anders is er iets mis met je.
Gelukkig en stralend, ach kom op, je kunt niet altijd gelukkig en stralend zijn, zo zit het leven niet in elkaar. Pieken en dalen horen bij het leven.
Soms denk ik, al die mensen die geloven in een maakbare samenleving, geloven ze diep in hun hart niet in sprookjes?
Alles is gehaast, tempo, opschieten, opzij en als je ouder wordt of ziek bent of een handicap hebt, kun je dat tempo gewoon niet meer bijbenen.
Dat voelt alsof je uitgerangeerd bent, je doet niet meer mee.
Wij oudere vrouwen verdienen respect, in ieder geval ons eigen respect.
|
|
Het leven begint bij 40
?....... zeggen ze.....
We kennen in ons land het zwangerschapsverlof. We kennen ouderschapsverlof. Van pubers vinden we het vanzelfsprekend, dat ze tijd nodig hebben om met vallen en opstaan hun weg te vinden.
Ook de overgang is zo’n levensproces.
Voor sommigen zal deze tijd geruisloos verlopen. Voor veel vrouwen geldt dat ze lichamelijk en geestelijk
uit balans raken gedurende een aantal jaren.
Het mag toch vreemd genoemd worden, dat er voor vrouwen in de overgang,
ná alle zware taken die zij dan al volbracht hebben en na alle werk- en/of gezinsverantwoordelijkheden die ze gedragen hebben,
niets is geregeld.
In de plaats daarvan wendt de maatschappij haar macht aan, en duwt deze vrouwen met geweld van zich af. Niet zelden zijn
overgangsklachten aanleiding voor werkgevers om vrouwen de laan uit de bonjouren of de WAO in te werken, waar ze vervolgens weer uitgegooid worden omdat hun onvermogen door de overgang
géén erkenning krijgt.
Het lijkt wel haast een schande als je van de overgang méér merkt dan zo nu en dan een
opvlieger en ervaren hebt dat niets werkt. Of
wanneer je gewoon het proces wilt doorlopen en jezelf niet wilt
laten verleiden tot een tijdelijke 'schijn'-balans, die beloofd wordt
door de ons overspoelende modetrends van supplementen, pillen en
pleisters.
Onder het motto ‘Overgangsklachten, het is nergens voor nodig!’, lijkt deze groep vrouwen gedoemd zich te hullen in stilzwijgen. Berooid en verslagen. Bekaf van een onbegonnen en ongelijkwaardig
gevecht tegen hun meerdere.
Zonder blikken of blozen worden ze door werkgevers en instanties aan de kant gezet, en vaak ook nog door collega-vrouwen onder vuur genomen met cliché’s als ‘kop op, stel je niet aan’ of andere
eigen-schuld-dikke-bult suggererende opmerkingen.
Alom maatschappelijke onwil en ongeïnteresseerdheid om een poging te doen enig begrip en inlevingsvermogen te laten zien.
Wanneer je in de overgang bent en het beestje bij de naam noemt, wanneer je weigert jezelf daarvoor in de plaats overspannen, depressief of burnout te (laten) noemen
omdat je dat niet eerlijk en niet juist vindt, kun je elke vorm van begrip
wel vergeten.
|